|
Geef ten laatste maandag al uw namen af bij de ambtenaar der ongeboorten.
Vergeet uw koosnaam niet, noch de naam waarmee men u bespotte.
Meld de namen van uw zonen. De namen op uw vaders graf. De namen die uw moeder
gaf aan dingen die niet werkten.
Tel de namen van de dagen, de namen die in lagen de vergane mantels maken
van de doden slapend in uw vel.
Vergeet de namen niet voor morgen, schrijf ze over en verbrand ze. Tel de namen
die nog resten op uw vingers, tel uw vingers af.
De naam van God, de naam die het lot u verschafte. De naam van de hel
en van de hemel. De naam van uw armen. Neus lippen buikvlies pancreas.
Sta al uw namen af. Wacht dan, uitgeteld.
U krijgt van ons wat wisselgeld en passend schoeisel.
|